About  |  
Home
Seizoensbabbel 2008
Palmares
Uitslagen 2008
Kampioenschappen 07
Beginners/Geschieden
Lachen
Gastenboek
Links
Foto's kwekers
Foto's vliegduiven
Foto's jonge 2007
Beginners/Geschiedenis


Gratis teller



Op deze pagina vindt U :

   1. Weetjes voor een beginnend liefhebber

   2. Geschiedenis duivenmaatschappij 'De Vrede - Lanaken

   3. De oorsprong van de hedendaagse duif

 

Weetjes voor een beginnend liefhebber (maar ook voor de ‘cracks’ onder ons)

Algemeen

Duiven leven in paren en zijn monogaam. Ze verdedigen hun territorium, dat zich in het duivenhok vaak beperkt tot de woonbak en een zitplaats. Teveel duiven in een hok kan dermate onrust veroorzaken, dat de bevruchting te wensen overlaat. Duiven hebben een sterk ontwikkeld gezichtsvermogen en zien zo’n acht maal meer beelden per seconde dan de mens. Dat heeft bijvoorbeeld voor gevolg dat TL-licht met starter voor een duif voortdurend knippert. Men gebruikt dus liefst gloeilampen of TL-licht zonder starter in het hok.

Duivers zijn in het algemeen struiser gebouwd dan duivinnen. Ze hebben dikkere, rondere koppen. Hun neusdoppen zijn meer ontwikkeld. Duivers hebben bovendien bredere slagpennen, een sterker skelet en langere vleugels. Dit zijn echter algemene kenmerken want de geslachten zijn niet steeds zo makkelijk te onderscheiden. Er bestaan duivenfamilies waarin de doffer soms fijne koppen hebben en tamelijk smalle slagpennen. De uiting van gedrag op het hok geeft echter vaak een zekere aanwijzing. De duiver ronkt en blaast zijn krop op, terwijl de duivin slechts kirt en bewegingen maakt met het kopje. Een duif is in staat om snel en lang te vliegen. De lichaamsbouw van de duif is hier helemaal op aangepast. Zo zijn bijvoorbeeld de meeste botten hol van binnen, waardoor het gewicht van de duif beperkt wordt. Daarnaast heeft de duif ook twee hele sterke borstspieren, die gebruikt worden voor het op en neer bewegen van de vleugels. Eén van de twee spieren trekt de vleugels naar beneden, de andere heft de vleugels naar boven. Het vliegen kost enorm veel energie. Daardoor heeft een duif hogere verbranding nodig dan een zoogdier. De lichaamstemperatuur van vogels ligt dan ook hoger, namelijk op 41 °C.

Wanneer een duif uit het ei komt, is het nauwelijks groter dan een duim en weegt het ongeveer 20 gram. Ze worden naakt (enkel wat gele dons) en blind geboren. De eerste dagen krijgen ze kropmelk gevoerd. Na zes dagen opent de duif zijn/haar ogen. Na ongeveer drie weken moet de duif zelfstandig worden om zelf te gaan eten en drinken. Na vijf weken is het gewicht al toegenomen tot meer dan 300 gram en heeft ze haar eindgrootte al bijna bereikt. Op dit moment gaan ze hun eerste stapjes (?) in open lucht zetten. Een volwassen duif weegt tussen de 400 en 500 gram. Het heeft zijn belang dit te weten omdat doseringen van medicatie vaak per kg lichaamsgewicht aangegeven worden. Een duif blijft normaal 8 à 14 jaar vruchtbaar, al zijn er genoeg gevallen bekend waar die vruchtbaarheidsperiode ruim overschreden werd. Duiven ouder dan 20 jaar zijn een uitzondering, maar komen toch nog geregeld voor. Per nest legt de duivin 2 eieren. In principe (lees in de natuur) kan een koppel reisduiven het ganse jaar door kweken. Het is echter de liefhebber die hier zijn strategie bepaalt.

Het hok

Een goede huisvesting is van het allergrootste belang om de duiven in een goede conditie te krijgen, en vooral, te houden. Een goed duivenhok moet voldoen aan 3 voorwaarden : DROOG, TOCHTVRIJ en WARM. Het is vanzelfsprekend niet zo dat de liefhebber met het mooiste en het beste hok zomaar alle prijzen behaalt. Er zijn genoeg voorbeelden van duivenhokken die rommelig, slordig, bouwvallig zijn, waar goede resultaten behaald worden. Het moet alleen aan onze drie voorwaarden voldoen.

Een tuinhok staat het liefste een halve meter boven de grond. De ruimte onder het hok is aan drie kanten dichtgemaakt om te voorkomen dat de vloer van onderuit vochtig wordt. De binnenvloer moet uit één stuk bestaan, zonder naden waarin vocht en vuil blijft zitten. Mochten er toch naden zijn, wordt U aangeraden deze dicht te smeren. Let op : de vloer mag dan ook weer niet waterafstotend zijn. Om niet dagelijks de vloer te moeten krabben, kan er een ijzeren rooster geplaatst worden. De wanden bestaan uit twee lagen die opgevuld kunnen worden met een isolerende laag zoals onder andere glaswol. Qua ligging kan Uw hok het beste op het Zuid-Oosten staan omdat het hok dan de volle ochtendzon krijgt en niet de meestvoorkomende westenwind binnenwaait. Ramen of lichtdoorlatende platen in het dak zorgen voor direct zonlicht in het hok wat dan weer de temperatuur ten goede kan komen. Let wel op dat teveel licht de rui bij de jonge duiven stimuleert. Als de duiven regelmatig natte ogen hebben, zal tocht de grootste oorzaak zijn. Bij te hoge temperaturen moeten de duiven teveel energie opbrengen om de temperatuur van hun lichaam op peil te houden. Dat gaat dan weer ten koste van hun conditie. Het is dan ook raadzaam om kunstmatige ventilatie aan te brengen.

Een zolderhok dat qua comfort vaak uitstekend is, heeft niet alleen voor de andere huisbewoners nadelen, maar ook voor de liefhebber zelf.

Samengevat : begin niet aan de duivensport zonder een degelijk hok. Het hok is even belangrijk als de duiven zelf. Begin trouwens niet zomaar een hok te bouwen, maar vraag eerst toelating aan de officiële instanties van Uw gemeente. Bezoek misschien eerst enkele hard presterende kampioenen in UW eigen buurt of maatschappij.

De Basis

Het heeft geen enkel nut om U duiven aan te schaffen bij iemand die kampioen speelt in een specialiteit waartoe U zich minder aangetrokken voelt. Het is net zoals in de atletiek : een spurter op de 100 meter zal nooit een marathon winnen en omgekeerd. Wilt U op de ‘vitesse’ spelen, ga dan ook eens kijken bij iemand die goed presteert op de vitessevluchten, maar ga niet kijken bij een Fondspeler en omgekeerd. U hoeft trouwens ook beslist geen hoge prijs te betalen voor jonge uit de kwekers van een kampioen. Bij late jongen zitten ook vaak aangename verrassingen. Later kunt U zich misschien ook nog eieren aanschaffen van goede vliegers in het naseizoen. Deze eieren gaan soms voor een prikje (gratis?) van de hand. Maar let op : niet alle jonge uit goede kwekers worden kampioenen. Eén van de voorwaarden van een goede kweek is GEDULD. Laat U ook niet te zeer misleiden door de zogenaamde ‘kenners’. Sommige kampioenen worden, zonder dat ze het weten, door sommige keurmeesters afgekeurd, terwijl de grootste miskleun op Uw hok soms als mooiste en beste  duif op een tentoonstelling wordt uitgekozen (zelf ondervonden !).  Hou Uzelf een methode van keuren voor, waarop U zichzelf baseert (natuurlijk als beginner in samenspraak).

De kweek

De kweek is het fundament van de duivensport. Als de duiven zo’n 8 dagen gekoppeld zijn, begint de leg van de eerste eieren. In een gezonde populatie verloopt het leggen van de eieren zeer vlot. Zeventien dagen na het tweede ei breken de jongen doorheen de schalen en beginnen de ouders met hun ‘papvoeding’. Zowel de duiver als de duivin hebben papvorming; dit is een uniek verschijnsel in de natuur. Tussen de vijfde en de achtste dag wordt geleidelijkovergeschakeld van papvoeding op graanvoeding, maar dit verschilt van koppel tot koppel. Nu kunnen er wel wat problemen ontstaan omdat de papvoeding geen koolhydraten bevat, maar wel vetten en proteïnen, terwijl de graanmengelingen nu net zeer rijk aan koolhydraten zijn. Deze moeilijkheden worden door sommige kampioenen opgevangen door het bijvoederen van kleine hoeveelheden vet- en proteïnerijke elementen zoals harde belegen kaas, die in kleine blokjes gesneden worden. Maar niet alle duiven willen dit eten. Als ze het eenmaal geproefd hebben, zullen ze er verzot op geraken. Tussen de twintigste en vijfentwintigste dag kunnen de jongen dan gespeend worden en in een afzonderlijk hok ondergebracht worden, eventueel samen met enkele duivinnen. Van de kwaliteit van de gespeende jongen hangt de toekomst van Uw hok af. Als Uw gespeende jongen, die graag samendrummen, proper wil houden, kunt U een groot kader met geplastificeerde volièredraad op het hok leggen. De jongskes kunnen daar dan op gaan liggen en hun mestbolletjes vallen door de mazen van de draad.

Het nestspel

Het nestspel wordt veelal toegepast door liefhebbers van overnachtvluchten. Vooral duivinnen zijn na enige tijd broeden en met een kleine jonge in de schotel, vaak enorm gemotiveerd. Het nadeel van het nestspel is dat vaak met de jongen heen en weer geschoven moet worden (een jongere in de plaats van een oudere) en er moet ook veel meer gepoetst worden op het hok. Een ander nadeel is dat de duiven veel sneller beginnen te ruien, zodat de liefhebber veel vroeger moet stoppen met het spelen van die duiven. Een voordeel is dat de liefhebber de hele dag met zijn duiven kan bezig zijn zonder andere duiven te storen die meer rust moeten hebben. Voor een liefhebber met veel vrije tijd is dit dus ideaal om zijn duiven beter te leren kennen.

Het weduwschap

Bij het weduwschap zitten de duiven meestal vanaf het begin van het seizoen tot de laatste vlucht gedurende de hele week apart. Voor de vlucht mogen ze zich heel eventjes bekijken, het ‘aanraken’ mag pas bij thuiskomst van de vlucht, wanneer de duiven iets langer mogen samenzitten. De duur van het samenzijn van doffer en duivin is afhankelijk van de motivatie van de duiven, het tijdstip van het seizoen, en de ingesteldheid van de melker zelve. Wanneer de liefhebber aan het seizoen begint aan het weduwschap, mag aan het systeem ook niets meer veranderd worden. Door veranderingen her en der gaat de duif niet meer weten waar ze aan toe is, waardoor ze haar conditie gaat verliezen en de resultaten zullen uitblijven. Ook het broedhok van de doffer moet steeds hetzelfde blijven. Wanneer U verandert, zullen de doffers gaan vechten voor een plaatsje, waardoor heel wat energie zomaar verloren gaat. Zo mogen ook geen andere duiven toegelaten worden op het hok, of lege broedbakken opengezet worden. 

Een goede weduwduivin is van het allergrootste belang voor het slagen van het weduwschap. Als de doffer thuiskomt, wil hij een actieve duivin aantreffen, en geen duivin die honger heeft of geen ‘zin’ heeft. Als een duivin voor het inkorven geen of niet genoeg aandacht schenkt aan de doffer, zal deze ook geen zin hebben om snel naar huis terug te keren. De duivin moet dan ook gezond en in goede conditie zijn. Geef de duivinnen wanneer ze niet bij de doffers zijn genoeg ruimte op een degelijk hok. Het nadeel van weduwduivinnen is wel soms dat ze iets gaan beginnen met andere duivinnen. Dat moet ten allen koste vermeden worden ! Wanneer ze eieren gaan leggen, zullen ze geen interesse meer tonen aan de doffers. Een middeltje om dit te voorkomen is bijvoorbeeld om niet te veel te voederen en dan nog hoogstens wat gerst of zuiveringsmengeling. Op het einde van de week worden ze dan wat bijgevoederd met snoepzaad zodat ze zonder honger bij de doffers verschijnen.

Spelen met jonge duiven

Heel lang geleden dienden de jonge duiven alleen maar om op te leren om later als volwassen duif te gebruiken voor wedstrijden. Tegenwoordig is het spelen met jonge duiven een echte aparte specialiteit geworden. De simpelste manier voor het spelen met jongen is gewoon vanaf een schap, venster of andere vaste zitplaats op het hok. Maar men kan de jongen ook laten paren. Om paarrijpe jongen te krijgen, zal men vroeger moeten gaan kweken, (+/- 26 november) zodat de jongen bij het verkrijgen van de ringen zo ongeveer 5 à 6 dagen oud zijn. Ook kan men bij de jonge duiven met een soort van weduwschap spelen. Hierbij worden de geslachten de hele week gescheiden om dan enkele uren voor de inkorving ze weer bij mekaar te laten. De drift om te paren geeft sommige duiven weer een extra stimulans. Omdat de rui bij de jonge duiven juist tijdens de belangrijkste grote vluchten valt, kan deze ook kunstmatig uitgesteld worden donder het verduisteren van het hok of door toediening van bepaalde stoffen die vanzelfsprekend niet op de dopinglijst staan.

De verzorging

De algemene stelregel is dat U de duiven dagelijks voedert en water geeft, dat U iedere dag het hok schoonmaakt en dat de duiven op vaste tijdstippen uitgelaten worden om te trainen. Daarnaast houden de meeste duiven ervan om zo nu en dan een fris badje te nemen. Dit kan in de tuin, in een volière of gewoon op het hok gebeuren. Sommige liefhebbers maken de fout om het bad soms te lang te laten staan. Omdat de duiven soms van dat water, dat na een tijd ziektekiemen bevat, gaan drinken, kunnen de resultaten een averechts effect gaan krijgen. Het hok moet ook dagelijks schoongemaakt worden, alhoewel sommige oudere liefhebbers zweren bij nooit (of éénmaal per jaar) poetsen. De ontlasting van duiven kan met een gewone krabber verwijderd worden van vloer, broedhokken of zitschabjes. De drinkbakken kunnen ook best dagelijks zuiver gemaakt worden, om alweer ziektekiemen geen kans te geven. Uiteraard dienen ook de etensbakken regelmatig zuiver gemaakt worden. Laat ook geen eten op het hok of in de voederbakken liggen, want dan kunnen muizen en ratten ook weer ziektekiemen binnen brengen op Uw hok. Om Uw duiveneten te bewaren wordt ook geopteerd om dit in een afgesloten emmer of ton te steken, zodoende het ongedierte er niet aan geraakt. Papieren zakken zijn makkelijke prooien voor muizen en ratten.

Kweken met vliegduiven

 

Als voorbereiding op het komende vliegseizoen worden de vliegduiven, afhankelijk van de discipline, vroeger of later gekoppeld.Er zijn meerdere systemen die succesvol kunnen zijn : sommigen laten de vliegduiven zelf hun jongen grootbrengen, anderen verleggen de eieren van de eerste koppeling van de beste oude wedstrijdvliegers onder voedsterkoppels of onder de jaarlingen. Meer dan eens blijken hieruit goede jonge duiven geboren te worden. Bij de meeste snelheidsfanaten worden de vliegduiven reedsin de winterperiode, gelijktijdig met de kweekduiven, gekoppeld. Zij brengen zelf hun jongen groot en gaan vlak voor de seizoenstart nog een tweede maal samen om enkele dagen te broeden. Dit systeem zorgt er voor dat het verlies van de eerste slagpen niet lang op zich gaat wachten, voor velen een teken van conditie. Bij lange afstandsvliegers is het wijselijk om de duiven vóór het seizoen slechts éénmaal te laten nestelen of broeden, aangezien de laatste belangrijke wedstrijden tot eind augustus betwist worden, een periode waarin het natuurlijke ruiproces reeds volop op gang komt. Indien men van deze duiven toch wil kweken, is het aan te bevelen om de duiven na het spelseizoen bij elkaar te laten, om zo een ronde late jonge duiven te hebben. Het extra werk met deze laatjes is behoorlijk, maar meer dan eens worden in deze periode echte cracks geboren.

 

Afsluiten

Ik hoop dat ik met deze samenvatting van artikels, mails en andere berichten sommige liefhebbers heb kunnen helpen. Indien iemand op- of aanmerkingen hierover heeft, kunt U mij die altijd laten weten. Andere nuttige tips voor de jonge beginnende liefhebber moogt U mij ook nog altijd overmaken.

 

Geschiedenis maatschappij 'De Vrede - Lanaken'

Toen in 1924 de enige Lanaker duivenmaatschappij van lokaal veranderde, scheurden ongeveer een vijftiental vooral jonge duivenliefhebbers zich af en stichtten de duivenmaatschappij 'de Vrede'. Onder hen volgende namen : Jozef Caubergh, Louis Thijssens (vader van Mathieu Thijssens), Nicolas Vranken, Mathieu Geraerts en Herman Ghelen. De verenging vestigde zich bij "Jeng" en mevrouw Schiepers aan de Koning Albertlaan.
Eerste voorzitter werd Jozef Caubergh en Louis Thijssens werd secretaris. Het jonge karakter gaf onze vereniging de weinig vleiende bijnaam "het kinderheil". Doch de werkers van het eerste uur waren vast besloten door te zetten, en deze nieuwe duivenclub verder uit te bouwen.
Gerard Paulussen, een geëerd man in Lanaken, handelaar in bouwmaterialen, volgde Jozef caubergh op als voorzitter. Hij had enorme verdiensten voor onze vereniging. Bij de aankopen van materiaal zoals korven en klokken, was zijn financiële steun meer dan een welgekome zaak. Tevens was Gerard lid van de Beheerraad en van het Sportcomitee KBDB Limburg.
Toen Jeng Schiepers midden de jaren vijftig stopte met café, moest men uitkijken naar een ander lokaal. Er werd verhuisd naar café "Oud Pietersheim". Toenmalige lokaalhouders waren Raymond en Anna Born-Geurts. Onze vereniging bloeide verder, en het ledenaantal liep al snel naar de veertig.
Doch 1967 werd een zwart jaar voor de bond. Op 24 april overleed voorzitter Gerard Paulussen en op 23 juli van het zelfde jaar werd lokaalhouder Raymond Born veel te vroeg uit ons midden gerukt. Voorzitter en lokaalhouder in amper 3 maanden tijd verliezen was een zware klap voor onze vereniging.
Gelukkig was er Christ Leenders, een ervaren en wijs man vol dynamisme, een volks figuur, kortom de geschikte persoon om de taak van voorzitter over te nemen. Christ Leenders voelde zich volledig geruggesteund door Lambert Stouten en Jean Haanen. Andere leden in het nieuwe bestuur van 1967 waren Lambert Colson (in 2004 nog altijd lid !, Jan Creemers, Pierre Craenen en Mathieu Geraerts (inkorvers), en klokkenregelaar Jan Bollen (zoon van Albert Bollen). Onverdroten werd er aan de uitbouw van de vereniging gewerkt, die toen al naar 70 leden groeide.
Bij het vertrek van lokaalhoudster Anna Born-Geurts in 1971 had onze vereniging een zodanige groei ondergaan dat het lokaal zonder meer te klein werd om de inkorvingen en feestelijkheden soepel te laten verlopen. De familie Loiseaux, die het café hadden overgenomen, bracht na samenspraak met het bestuur, de oplossing. Verbouwingswerken werden uitgevoerd en onze vereniging beschikte vanaf het seizoen 1972 over een prachtige zaal. Het 'Kinderheil' anno 1924 was groot geworden ! 
Op 19 april 1974 verloren we Christ Leenders. Een kortstondige ziekte rukte hem plots uit ons midden. Velen pinkten een traan weg bij het verlies van wellicht de joviaalste figuur van onze bond. Pierre Mechels volgde hem op en onder zijn bewind werd op een grootse wijze het 50-jarig bestaan van onze vereniging gevierd. Vele prominenten waren getuige van de voorbeeldige werking van onze bond. We noteerden de aanwezigheid van Mathieu Thijssens (voorzitter sportcomite KBDB Limburg en nationaal onder-voorzitter), Maurice Vanderhaegen (provinciaal secretaris), Theo Reurs (voorzitter Limburgse Fondclub), Jacques Meyers (Limburgse verzendingsdienst), Georges Vanderhoydonckx (Het Belang van Limburg), Thomas Peeters (groot kampioen uit As), Jef Huysmans (schepen van Sport - Lanaken), enz... 
Na het ontslag om gezondheidsredenen van Pierre Mechels, werd Jean Haanen in 1976 de nieuwe voorzitter van onze club. Met 10 jaar bestuurservaring op zak en gesteund door plichtsbewuste bestuursleden, verwezenlijkte hij organisaties die de naam "De Vrede-Lanaken" weerklank en bekendheid gaf door gans de provincie en zelfs daarbuiten. In 1981 werd Jeans echtgenote Madeleine Martens onze nieuwe lokaalhoudster. 
In 1981 werd ook het hoogtepunt qua ledenaantal bereikt, namelijk 81 leden ! De bestuursploeg in 1981 zag er als volgt uit :Jean Haanen (voorzitter), Lambert Colson (onder-voorzitter), Lambert Stouten (secretaris), Pierre Gerits (penningmeester) en Richard Colson (klokkenregelaar). Andere bestuursleden waren : Jackie Conaert, Jan Creemers, Marcel Gaens, Norbert Geraerts, Lambert Herremans, Peter Herremans, Albert Kellens, Jerome Loiseaux, Jean Marting, Rik Slangen, Andre Vuerstaek, Patrick Winten en Willy Winten. Craenen Pierre en Geraerts Mathieu waren ere-bestuurslid terwijl Jean Thijs dienst deed als vlaggenist.
We mogen natuurlijk ook niet vergeten dat in de tachtiger jaren onze maatschappij begonnen is met het uitdelen van prachtige prijzen. Hoogtepunt was natuurlijk het uitspelen van een auto ! Voorzitter Jean Haanen en onder-voorzitter haalden met deze stunt het belang van Limburg ! Zes maal werd een auto uitgespeeld onder de volgende winnaars : Andre Maesen (Uikhoven), Monnissen-Beckers (Kotem), John Opdebeke (Rekem), Rene Willems (Kotem), Jos Das (Meldert) en ons eigen lid Jean Gerits en zoon Pierre.

Midden de tachtiger jaren kwam, door sponsoring van de firma SAVERBA, de eerste computer in onze maatschappij voor het opmaken van de uitslagen. Jean Haanen, die reeds een tijdje naast voorzitter ook rangschikker was, zou hier als eerste mee gaan werken. Na een tijd werd de ploeg uitgebreid met Louis VanHam, Pierre Bringmans en Danny Slangen. Het bestuur anno 1988 telde ook verschillende nieuwe gezichten. Zo bestond het bestuur uit volgende mensen : Jongboer HW, Hardy Ludo, VanHam Louis, Bringmans Pierre, Janssen Jean, Haanen Jean, Kellens Albert, Slangen Rik, Slangen Danny, Herremans Lambert, Craeghs Johan en Gaens Marcel. In die tijd werd ook onze eerste vrouwenvlucht georganiseerd. De mannen moesten ditmaal thuis blijven en de vrouwen moesten de duifjes inkorven en klokken, terwijl ze na de vlucht ook de klok weer moesten binnenbrengen. Het hoeft niet gezegd dat dit gepaard ging met de nodige hilariteit.

In de loop van het seizoen 1991 overleed onze zeer gewaarde klokkenregelaar, Albert ‘De Witte’ Kellens. Danny Slangen en Louis Vanham namen de taak van klokkenregelaar op zich. De ploeg voor het maken van de uitslag werd uitgebreid met de komst van Roger Stulens.In 1993 gaf onze voorzitter Jean Haanen zijn ontslag na 28 jaar dienst als voorzitter. Hierdoor moest het hoofdbestuur weer grote wijzigingen ondergaan. Lambert Herremans werd de nieuwe voorzitter, Ludo Hardy werd onder-voorzitter, Danny Slangen werd secretaris en tenslotte werd Louis Vanham schatbewaarder. Het bestuur had enkele leden verloren, maar er kwamen weeral nieuwe bestuursleden bij, zoals Baetens Marie-Therese (eerste vrouw in het bestuur), Baetens Nick en Vroegop Laurent.

Na een zeer rommelig seizoen en ontzettend veel discussies over het welzijn van de duiven tijdens het vervoer van de duiven, werd er een Buitengewone Algemene Sportieve Vergadering gehouden over het al of niet afscheuren van de Limburgse Verzending naar het Rietverbond. Deze vergadering werd door 43 leden bijgewoond. 39 van deze leden kozen voor het nieuwe Rietverbond, 1 liefhebber wou toch nog bij de Limburgse Verzending blijven en 3 stemmen waren ongeldig.Ook dit alles bracht weer enkele verschuivingen in het bestuur met zich mee. Voorzitter Herremans trad af om plaats te maken voor Ludo Hardy. Ook kregen we aan het begin van het seizoen een nieuwe rangschikster, met name Lysiane VanHam. En het werd weer even rustig …

In 2000 kwam het rumoer weer terug. Hardy Ludo kon wegens tijdsgebrek de functie als voorzitter niet meer waar maken, maar wat erger voor de maatschappij was, was het feit dat Louis VanHam, na jaren van zeer intens werken, ook zijn ontslag gaf. Hij nam bijna alle taken op zich. Begin november 2000 werd dus weeral een nieuw bestuur gekozen. Guido Hauben werd nu voorzitter, Berto Vuerstaek werd de nieuwe onder-voorzitter, Danny Slangen bleef secretaris en als schatbewaarder werd Nico Thomassen aangeduid. De nog resterende bestuursleden waren Baetens Nick, Hanno Julien, Erkens Jean en Slangen Rik. Het nieuwe bestuur oogstte al onmiddellijk een groot succes met het organiseren van een eerste (en tevens ook laatste) steakdag, die aardig wat geld in het laatje van onze maatschappij bracht.

Toen we dachten dat we het wel gehad hadden, brak de storm pas echt goed los. Een klein meningsverschil tussen voorzitter en secretaris liet een serieuze bom ontploffen. De oplossing van al deze problemen kwam pas in september 2001 na een bezoek aan de verzoeningskamer van de kbdb in Hasselt. Berto Vuerstaek werd de nieuwe voorzitter. Maar ook dit was maar weer stilte voor de storm. Lokaalhouder Jo Habets, die onze maatschappij al een goede 10 jaar met succes gesteund had, ging op pensioen. De nieuwe lokaalhouders begonnen meteen met eisen en wetten te stellen waar hier maar beter niet meer op teruggekomen wordt. Op 25 januari 2002 werd opnieuw een Buitengewone Algemene Sportieve Ledenvergadering gehouden op neutraal gebied, met name de vergaderzaal van het Cultureel Centrum van Lanaken. De vraag was of de mensen in het oude lokaal in Pietersheim wilden blijven, of dat het bestuur moest uitkijken naar een nieuw lokaal. Alhoewel sommige leden dit niet wilden geloven, had het bestuur nog niks beslist. Er waren enkel maar verkennende gesprekken geweest met andere cafeuitbaters. 40 leden van onze maatschappij waren aanwezig op deze vergadering; 36 van hen wensten het oude lokaal te verlaten, terwijl 4 personen wilden blijven. Het nieuwe lokaal werd café Metropole op de Postweg te Lanaken, waar we nu nog altijd ons lokaal hebben. Het bestuur anno 2003 bestond uit volgende mensen : Vuerstaek Berto (voorzitter), Martens Marcel (onder-voorzitter), Slangen Danny (secretaris), Thomassen Nico (schatbewaarder), Habets Jo, Catoor Fernand, Bollen Sven en Hanno Julien. Ook kreeg het bestuur medewerking van enkele ‘helpers’, met name Thijs Berto en VanRymersdael Lambert.

In september 2004 kwam het ontslag van Thomassen Nico als schatbewaarder, en op 1 oktober 2004 gaf Danny Slangen ook wegens tijdsgebrek zijn ontslag als secretaris en klokkenregelaar. Nieuwe bestuursleden waren Jean Opdenakker, Geurts Veronique en Hauben Guido. De taken voor het nieuwe bestuur moeten nog verdeeld worden.

Op naar een nieuw seizoen, hopelijk eentje zonder al te veel problemen.

Bronnen : www.kbdb.be, www.pipa.be,  en verschillende mails met berichten die mij in 2004 toegestuurd werden.

 
De oorsprong van de hedendaagse duif



De geschiedenis over de duif leert ons niets over het type waarmee vele eeuwen terug gevlogen werd. Er bestaan veel gissingen over de herkomst van de hedendaagse reisduif. Het kweken begon al heel wat eeuwen geleden. Duiven kun je trouwens steeds terugvinden op schilderijen van de oude meesters van voor de 19e eeuw.

De voorvaders van onze hedendaagse duif zijn de rotsduiven, ook wel Columbia Livia genaamd. De rotsduif heeft zijn origine in de streken rondom de Middellandse Zee. De evolutie die tot de verandering van een rotsduif tot de hedendaagse reisduif geleid heeft, heeft ook enkele eeuwen geduurd. Zo is het lichaamsmodel fel gewijzigd, maar ook de organen van een reisduif zijn enigszins anders.

Het kweken van de zogenaamde postduiven begint zo rond de jaren 1800 in Antwerpen, Brussel, Gent en Luik door verschillende rassen met mekaar te kruisen. De belangrijkste rassen die gebruikt werden om tot de hedendaagse postduif te komen zijn de Antwerpse Smierel, de Oude Camulet, de Dragon en de Engelse Carriër.

Rond 1810 organiseerde men in Gent enkele prijsvluchten met lossing in Brugge, Antwerpen en Rijsel.In het Algemeen gaven de Gentenaren de voorkeur aan kleine kroppers die rijke handelaars op de Luikse markten kochten. Ze kochten enkel de kleine krachtige zwarte vogels met korte bek en een jabot op hun borst. Dat deze kruisingen een schot in de roos waren, bewezen hun nakomelingen tijdens wedstrijden. Waarschijnlijk zijn de Luikse duiven ontstaan uit een kruising tussen de Franse Schildmeeuw, ook wel Crabaté genoemd, en de Platneusduif.

De duivenstad bij uitstek was echter Antwerpen. Daar speelde men in het begin van de 19e eeuw met kleine kroppers en smierels. Betere resultaten boekte men door tuimelaars met de Luikse duiven te kruisen. Dit was ideaal voor duiven die korte afstanden dienden af te leggen. Voor resultaten op de langere afstanden, werd de Engelse Carriër geprobeerd, de postduif van het oude type.

Uit kruisingen van tuimelaars en aanverwanten kwam de Antwerpse duif tevoorschijn. Deze duif had een forse gestalte, een goed gebouwd lichaam en een fiere opgerichte houding. Ook hadden zij een ietwat langere kop met zeer goed ontwikkelde neusvleugels, en wat zeker opviel, ogen van verschillende kleur (van kastanjebruin tot wit). Als je vandaag de dag jonge duiven ziet rond het hok vliegen, dan doen ze je zeker weer aan de echte tuimelaars denken.
 



Powered by CenterALL & Hosted by SarrCom.com